Partnerschappen

Designer Amber Jae Slooten zoekt met digitale mode een identiteit zonder grenzen.

In de serie Faces introduceren we inspirerende vrouwen die leven volgens hun eigen visie op onze wereld, schoonheid, impact en nieuwsgierigheid – in hun werk en ook privé. Bijvoorbeeld Amber Jae Slooten, die onderzoekt en experimenteert op het gebied van 'virtual fashion' en daardoor een kritische kijk heeft op 'fast fashion'.

Amber Jae Slooten ontwerpt uitsluitend kleding voor digitale omgevingen. Door de vervuiling van het milieu en de beperkingen van de fysieke wereld te omzeilen, plaatst Slooten vraagtekens bij alles wat destructief en fundamenteel niet duurzaam is. In haar jeugd had Slooten twee grote passies: gamen en zich verkleden. Onder andere op basis van die hobby's van toen ontstond later haar overtuiging dat de mode-industrie structureel moet veranderen. Ze gelooft in logische oplossingen en vertrouwt op haar instinct. Om die reden werd ze medeoprichter van The Fabricant, een modehuis waar zij creative director is. De zelfbepaalde missie van The Fabricant luidt: "Altijd digitaal, nooit fysiek: wij verspillen uitsluitend data en verbruiken uitsluitend onze verbeelding". Sinds 2014 naait ze geen jurken meer en zoekt ze in plaats daarvan de beste tools voor designs in virtuele, uitgebreide en gemengde werkelijkheden. In 2016 studeerde ze af aan het Amsterdam Fashion Institute.

Haar expertise ligt bij technieken voor 3D-modellering, motion capture-processen en 3D-scanners. Met haar werk neemt ze haar publiek regelmatig mee naar een wereld vol schoonheid, design en krachtige emoties. Vanuit Amsterdam sprak ze met ons over hoop, verandering en intuïtie.

Welke reacties op je werk krijg je het vaakst?

Als ik voorheen zei dat ik digitale kleding ontwerp – kleding voor digitale identiteiten of het digitale leven, waarin de fysieke wereld niet bestaat – reageerden de meeste mensen met scepsis of onbegrip. Ik probeerde dan uit te leggen dat mijn kleding bedoeld is voor avatars, online games, Instagram of welke andere online omgeving dan ook. Voor de pandemie begrepen minder mensen wat een puur online omgeving überhaupt is. Maar nu, door de komst van Zoom en het feit dat veel mensen met elkaar in contact blijven en communiceren via digitale platformen, is het begrip veel groter. Ik heb het idee dat ik nu minder hoef uit te leggen.

 

Waarom spraken mode en kleding ontwerpen je al jong aan?

Ik heb altijd al een fascinatie voor identiteit. Als klein meisje verkleedde ik me vaak, omdat ik het heerlijk vond om door een nieuwe outfit een andere identiteit aan te nemen. Mijn moeder kon goed naaien en met stoffen werken en maakte vaak jurken voor me. Ik weet nog dat ik de kleding die ik in musea zag, het liefst zelf wilde dragen om mijn persoonlijkheid ermee uit te drukken. Ook had ik al jong interesse in computers en gaming. Vooral spellen als The Sims vond ik spannend, vanwege de eindeloze mogelijkheden om de karakters aan te kleden – dat fascineerde me meer dan het spel zelf. Op een gegeven moment ontdekte ik hoe je de software kon hacken en de groene en paarse huidskleuren uit de speciale editie kon krijgen. Toen ik ouder werd, raakte ik geïnspireerd door designers als Hussein Chalayan en Issey Miyake, omdat zij met behulp van hun mode grote verhalen vertelden. Storytelling vind ik heel belangrijk.

 

Wat is je eerste herinnering aan een online interactie?

Ik ben een millennial en ben opgegroeid met buiten spelen, offline dus. Totdat we op een gegeven moment een computer in huis kregen. In die tijd moest je je telefoon nog uitzetten om het internet op te kunnen. Ik weet nog dat mijn opa en mijn oom goed met computers konden omgaan. Mijn oom was softwareontwikkelaar en hij nam een keer een van zijn computers mee naar ons huis en installeerde Photoshop erop. Hij leerde me tekenen en vormgeven met die tools. Dat was heel gaaf, en sinds die eerste kennismaking was ik meteen gefascineerd door alles wat er mogelijk is binnen de gamewereld.

 

Wat was voor jou de aanleiding om deze twee werelden met elkaar te verbinden?

Als tiener speelde ik na school vaak online games. Ik vond de online wereld veel interessanter dan de meeste van mijn vrienden. Ik wist dat ik iets creatiefs wilde gaan doen en koos voor een modestudie, omdat dat voor mij goed voelde. Op de modeopleiding viel me direct op hoe fysiek die studie was. Er waren amper digitale onderdelen en maar heel weinig technologie. Ik weet nog dat ik helemaal overweldigd was door de stapels materialen en dat ik dat zo verspillend vond. Het designproces verliep heel langzaam. Ik had honderdduizend ideeën en was gefrustreerd dat ik ze nooit kon maken, omdat ik niet snel genoeg kon werken of de benodigde materialen niet had. In de fysieke wereld voelde ik heel duidelijk de grenzen van mijn creativiteit. Er waren ook andere parameters, zoals de maat en het model van de kleding die we konden maken. Er was maar één model. Wilde ik kleding in andere vormen en maten maken, dan moest ik andere modellen betalen, wat duur was.

Op een gegeven moment liet een docent mij nieuwe software zien waarmee je kleding vóór het fysieke maakproces digitaal kon passen. Daarmee kon ik al veel meer experimenteren, ook al was het nog niet heel geavanceerd. Uiteindelijk nam ik een semester vrij om verder onderzoek te doen en zo kwam ik tot het idee om aan een interdisciplinair project te werken, waarvoor we een virtuele modebeleving moesten creëren. Ik begon te zoeken naar betere tools om dit werk mee uit te voeren. Op een bepaald moment kwam ik de software CLO 3D tegen, die was echt goed. De mogelijkheden leken eindeloos, het was net een spel. Ik nam contact op met het bedrijf en ze stuurden onze groep zowaar een licentie, het leek wel magie.

 

Wanneer besefte je dat deze innovatieve benadering succesvol kon worden?

Tijdens mijn studie stortte het Rana Plaza-gebouw in Dhaka, Bangladesh, in. Daarbij kwamen duizend mensen om het leven die werkten in de naaifabrieken. Kort daarna kwam de documentaire The True Cost – Der Preis der Mode uit. De ecologische en sociale gevolgen van de industrie waren natuurlijk al veel eerder bekend, maar er kwam steeds meer informatie aan het licht. Ik voelde me verplicht om daar iets aan te doen. Ik wilde het probleem niet nog erger maken door constant bij te dragen aan de enorme afvalbergen.

Er was veel verzet tegen wat ik probeerde te doen. Ze vonden het compleet gestoord dat ik kleding maakte zonder fysieke kant. Dankzij mijn jeugdinteresses was ik in staat om zogezegd de puntjes verbinden. Dat raakvlak ligt me aan het hart. Op een bepaalde manier, meer persoonlijk, voelt het alsof ik geen andere keus heb. Mijn werk komt vanuit mijn hart en ik ben echt enthousiast over de vele mogelijkheden. Bij mode draait het om de tijdsgeest en ondanks het verzet kreeg ik de ruimte om te experimenteren en verder te komen. Als ik een jaar eerder was afgestudeerd, was ik wellicht niet in staat geweest om een project uit te voeren dat mijn passies met elkaar verbindt.

 

Is er iets uit de fysieke wereld dat niet kan worden uitgedrukt of opnieuw kan worden uitgevonden in digitale vorm?

Tastbare elementen kunnen digitaal worden beleefd, je brein vult het gat op tussen iets zien en hoe het zou kunnen voelen. Hetzelfde geldt voor emoties. Een digitale show kan net zo veel emoties overbrengen als een fysieke show. Natuurlijk ben je niet fysiek aanwezig, maar je kan heel goed gebruikmaken van VR om te communiceren en te simuleren dat je in dezelfde ruimte bent. Het enige dat ik mis in de digitale wereld zijn geur en smaak. Maar volgens mij wordt daaraan gewerkt...

 

Wat is het verschil tussen mode en identiteit in digitale versus fysieke vorm?

In de fysieke wereld bestaat er een versie van ons, waarmee we rondlopen en waarin we ons op ons best voelen. Als ik in de kleren van mijn broertje over straat zou gaan, zou ik me totaal niet op mijn gemak voelen, omdat die niet passen bij mijn identiteit: mijn uiterlijk zou me dan het gevoel geven dat ik niet mezelf ben. Dat soort identificatie is volgens mij niet per se slecht; we hebben onze uiterlijke identiteit ontwikkeld met een bepaalde reden. Door die individualiteit ontstaan schoonheid, verschillen en enthousiasme voor anderen. Dat hebben wij mensen nodig: een mogelijkheid om elkaar te inspireren en te fascineren. Verschillen zijn daarbij mooi en essentieel.

Wat ik online zie, is dat mensen veel creatiever durven te experimenteren. Als ze in de digitale wereld kleding passen, vinden ze het vaak heel leuk om ongedwongen en speels een nieuwe kant van zichzelf te ontdekken. Ze spelen bijvoorbeeld met gender, huidskleur of een compleet andere look dan ze in de echte wereld zouden dragen. Die speelsheid kan vervolgens ook in de echte wereld weer leiden tot een flexibeler beeld van je eigen identiteit of meer acceptatie van anderen.

 

Wat heb jij over jezelf geleerd toen je tegen de stroom in begon te zwemmen en oude patronen doorbrak?

Ik heb geleerd dat ik altijd op mijn intuïtie kan vertrouwen.
Hoe meer mensen inzien hoe belangrijk, nuttig en vooral logisch het is om digitale omgevingen te onderzoeken, des te beter. Het bespaart materialen en geld, is experimenteler en geïntegreerder – er zijn zo veel voordelen. Steeds meer mensen beginnen in te zien dat er zich een verandering plaatsvindt. Na veel weerstand heb ik dus geleerd om op mijn eigen visie te vertrouwen en ingezien dat samenwerken essentieel is. Ik heb dit niet alleen gedaan. We zijn met een heel team van mensen die zich interesseren en inzetten voor deze werkwijze. Dat team bestaat uit alle medewerkers van The Fabricant én alle mensen met wie ik in contact ben gekomen vanwege hun interesse in digitale mode. Ik ben erachter gekomen dat anderen de ideeën die ik voorleg zelfs nog verder doorvoeren. Het is heel mooi en creatief om samen een idee vooruit te helpen. Op het mode-instituut krijg je vaak te horen dat je je eigen ding moet doen, je eigen label moet oprichten en de volgende Alexander McQueen moet worden. Volgens mij past dat niet meer in deze tijd. Het is een ouderwets idee en we moeten onszelf verder ontwikkelen. Het samenwerken aan een digitaal modeproject, het samenbrengen van verschillende creatievelingen is ongelofelijk. Zo ontstaan er grote ideeën voor de toekomst.

Bij The Fabricant proberen we informatie te delen en andere designers te inspireren door in streams op Twitch les te geven of zo veel mogelijk nuttige content als gratis download aan te bieden. We organiseren challenges waarbij we een avatar en een steekwoord geven en krijgen dan de meest opvallende, mooie designs terug. We zijn ervan overtuigd dat door het delen en doorgeven van kennis én door grondstoffen gezamenlijk te gebruiken, de totale branche een heel stuk vooruit komt.

 

Wat geeft jou hoop voor de toekomst van de mode-industrie en digitale technologie?

Ik zie dat modemerken zich steeds meer richten op digitalisering, bijvoorbeeld door hun monstercollecties online te zetten. Daardoor hoeven er minder materialen vervoerd te worden naar fabrieken over de hele wereld en dat maakt een groot verschil. Een onderdeel van ons werk bij The Fabricant is modemerken helpen bij het integreren van technologie en het stapsgewijs doorvoeren van veranderingen. Sommige bedrijven hebben hun monstercollecties gedigitaliseerd en produceren daardoor 80% minder afval. Grote merken storten zich ook in de wereld van puur digitale producten. We hebben een catwalkproject gedaan met Puma, waarbij we video's draaiden in de woestijn, zonder dat daar reizen, filmcrews, transport of modellen voor nodig waren. We hebben alles gemaakt vanuit onze studio in Amsterdam. Met Buffalo London hebben we een schoen ontworpen die alleen op Instagram verkrijgbaar was. In 2019 hebben we het eerste kledingstuk via de blockchain verkocht voor omgerekend 9.500 Amerikaanse dollar. Veel mensen waren in shock dat je met een digitaal voorwerp zonder fysiek leven zo veel geld kan verdienen. We hebben meerdere NFT-drops gedaan, waarbij we steeds proberen dat op duurzame platformen te doen, want we zijn ons ook bewust van de milieueffecten van cryptogeld. Na de laatste NFT-boom en het toenemende gebruik van cryptovaluta stelt de wereld zich open voor een nieuwe machtsstructuur, waarbij het niet gaat om het individu, maar om decentralisatie. Hopelijk leiden dit soort technologieën in de toekomst tot een eerlijker systeem en kunnen we uitproberen hoe een gedecentraliseerde samenleving werkt. Er zijn zo veel mensen die nu keihard werken om betere systemen te creëren die minder schadelijk zijn voor de aarde en collectiever zijn. Dat stemt mij altijd heel optimistisch.

Dit interview is onderdeel van 'A Different View On Cosmetics' ('Een andere kijk op cosmetica'), een reeks content geproduceerd in samenwerking met Friends of Friends. Bij elk profiel staat een vrouw in de schijnwerpers die bewust de verantwoording pakt op het gebied van ecologische, sociale en wetenschappelijke transitie. Een creatieve vrouw die kritisch staat tegenover de conventionele denkwijzen in haar vakgebied. Gepassioneerd en vol overtuiging zijn deze inspirerende vrouwen boegbeelden van integriteit, innovatie en nieuwsgierigheid. Behalve Amber Jae Slooten worden in deze reeks ook journalist, fotograaf en VR-filmer Julia Leeb en hoofdredacteur van The Lissome Magazine, Dörte de Jesus geïntroduceerd.